Stichting die tuchtcolleges ondersteunt is btw-ondernemer
Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten het algemeen belang dienen. De Hoge Raad oordeelt anders.
Driehoeksverhouding
De stichting is in 2015 opgericht om de tuchtcolleges te ondersteunen bij hun taak. Zij werft griffiers en administratief personeel, huurt zittingszalen en werkplekken, beheert de websites van de tuchtcolleges en doet de persvoorlichting. De griffiers zijn formeel in dienst bij de stichting, maar worden aangewezen en ontslagen door de tuchtcolleges zelf. Sinds 2018 betaalt niet langer de Staat, maar de NOvA de kosten van de tuchtrechtspraak. De stichting ontvangt daarom een jaarlijkse kostendekkende bijdrage van de NOvA. Aan de tuchtcolleges brengt zij niets in rekening.
Drie argumenten tegen btw-plicht
De stichting stelt zich op het standpunt dat zij geen btw verschuldigd is over de bijdrage van de NOvA. Ten eerste zou zij niet zelfstandig opereren, omdat zij organisatorisch verweven is met de tuchtcolleges en volledig afhankelijk is van hun aanwijzingen. Ten tweede zou zij niet deelnemen aan het economische verkeer, omdat haar specialistische diensten niet op een algemene markt worden aangeboden. Ten derde zou geen rechtstreeks verband bestaan tussen haar diensten en de bijdrage van de NOvA, omdat zij handelt in het algemeen belang van de rechtsstaat.
Zelfstandigheid
De Hoge Raad verwerpt alle drie de argumenten. Het begrip zelfstandigheid moet ruim worden uitgelegd. De stichting sluit in eigen naam contracten met leveranciers, onderhandelt zelf over de voorwaarden en gaat arbeidsovereenkomsten aan met haar personeel. Dat de griffiers formeel worden aangewezen door de tuchtcolleges en voor de inhoud van hun werk verantwoording aan hen verschuldigd zijn, doet hier niet aan af. Die wettelijke bepalingen beogen de onafhankelijkheid van de tuchtrechtspraak te waarborgen, niet de stichting ondergeschikt te maken aan de tuchtcolleges.
Economisch verkeer en rechtstreeks verband
Ook het argument dat de stichting niet deelneemt aan het economische verkeer slaagt niet. De diensten van de stichting omvatten meer dan alleen griffierswerkzaamheden. Zij verzorgt de volledige organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak. Dergelijke ondersteunende diensten kunnen ook door andere partijen worden aangeboden. Dat de stichting statutair gebonden is aan de tuchtcolleges als enige afnemers, sluit deelname aan een algemene markt niet uit. Tot slot verwerpt de Hoge Raad het beroep op het algemeen belang. Het feit dat de tuchtrechtspraak de rechtsstaat en de maatschappij dient, betekent niet dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen de diensten en de vergoeding. De tuchtcolleges zijn de identificeerbare verbruikers van de diensten en de bijdrage van de NOvA vormt de tegenprestatie. Het cassatieberoep is ongegrond.

Overige nieuwsberichten
- 25-06-2026 Geen box 3-vermindering voor niet-bezwaarmakers 2017-20...
- 16-06-2026 Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst o...
- 10-06-2026 Voorlopige inhoud Belastingplan 2027
- 06-06-2026 Rechtbank adviseert klacht tegen UWV wegens te lage loo...
- 03-06-2026 Grootboekkaarten volstaan niet voor aftrek voorbelastin...
- 02-06-2026 Nieuwe wet faciliteert digitale algemene vergadering
- 29-05-2026 Compensatieregelingen transitievergoeding verdwijnen
- 29-05-2026 Afschrijving maximaal 20%
- 29-05-2026 Hoge Raad verruimt mogelijkheid om belastingschuld aan ...
- 27-05-2026 Verhuur bedrijfspanden kwalificeert niet voor bor
- 26-05-2026 Tijdelijke korting vrachtwagenheffing per 1 september 2...
- 20-05-2026 Poolse klusjesman heeft vaste inrichting in Nederland
- 19-05-2026 Beneficiaire aanvaarding beschermt niet tegen erfbelast...
- 19-05-2026 Navordering na geautomatiseerde aanslag terecht
- 01-05-2026 Voorraad herwaarderen via kapitaalrekening leidt tot wi...
