Actueel

Wetsvoorstel verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd aangenomen door Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel, waarin de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd wordt geregeld, aangenomen. In afwijking van het eerdere wetsvoorstel wordt door dit wetsvoorstel al in 2013 de AOW-leeftijd met één maand verhoogd. In de jaren daarna wordt de AOW-leeftijd stapsgewijs verder verhoogd, tot deze in 2019 66 jaar bedraagt. Vanaf 2020 stijgt de AOW-leeftijd in stappen van drie maanden per jaar tot 67 jaar in 2024. Daarna wordt de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gekoppeld. De AOW-leeftijd wordt alleen verhoogd wanneer de stijging van de levensverwachting via de formule minimaal een verhoging van drie maanden rechtvaardigt. Tegelijkertijd wordt in de wet vastgelegd dat de verhoging van de AOW-leeftijd in dat jaar maximaal drie maanden zal bedragen, ook wanneer de stijging van de levensverwachting via de formule een grotere verhoging oplevert.

 

De invoering van de verhoging van de AOW-leeftijd gaat gepaard met een aantal overgangsmaatregelen. Naast de geleidelijke verhoging komt er voor de eerste jaren een voorschotregeling en blijft voor mensen die in november en december 2014 65 jaar worden het recht op AOW-partnertoeslag bestaan. Dat betekent voor deze gevallen een afwijking van de al eerder geregelde afschaffing van de AOW-partnertoeslag op 1 januari 2015. Ten slotte bestaat de mogelijkheid om een beroep te doen op de algemene bijstand.

 

In 2014 wordt de pensioenrichtleeftijd voor werknemerspensioenen verhoogd naar 67 jaar. Vervolgens wordt deze pensioenrichtleeftijd net als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Een verdere verhoging van de pensioenrichtleeftijd zal steeds in stappen van een jaar gebeuren. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd in 2014 geldt alleen voor de opbouw van nieuwe pensioenrechten en dus niet voor bestaande rechten. In aanvulling op de verhoging van de pensioenrichtleeftijd gaan de fiscaal maximale opbouwpercentages voor aanvullend pensioen omlaag. Per 1 januari 2014 gaat de maximale opbouw voor ouderdomspensioen van 2% naar 1,9% voor eindloonregelingen en van 2,25% naar 2,15% voor middelloonregelingen. Er zijn dus meer dienstjaren nodig om een pensioen van 70% van het laatstverdiende loon te bereiken. Als gevolg hiervan zullen ook de geldende staffels voor beschikbare premieregelingen worden aangepast.

Vervroeging van de ingang van pensioen blijft mogelijk, mits het pensioen actuarieel wordt herrekend. Ook uitstel van pensioen blijft mogelijk.

In lijn met de aanpassingen voor werknemerspensioen wordt de opbouwruimte voor individuele aanvullende voorzieningen zoals lijfrenten aangepast. In 2014 wordt deze ruimte verlaagd van 17% naar 15,5% en vervolgens steeds met 0,6% voor ieder jaar dat de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd.

Ook de maximum dotatie voor de oudedagsreserve voor ondernemers gaat in 2014 omlaag en wel van 12% naar 10,9% van de winst. Voor iedere verdere verhoging van de pensioenrichtleeftijd met een jaar wordt de maximum dotatie met 0,4% verlaagd.

 

De overige sociale verzekeringen en sociale voorzieningen zullen doorlopen tot de nieuwe AOW-leeftijd. De aanpassingen van de sociale zekerheids- en andere wetten die samenhangen met de verhoging van de pensioenleeftijd zijn niet in dit wetsvoorstel opgenomen.

Overige nieuwsberichten